Flora en fauna

Flora

Van de circa 1650 op de Canarische Eilanden voorkomende planten-, bloemen-, en boomsoorten, zijn er circa 600 inheems. Van deze 600 zijn er weer honderden die slechts op één eiland, vaak zelfs maar in één enkele ravijn voorkomen. Door de geïsoleerde ligging komen hier nog bloemen, bomen en planten voor die in de rest van de wereld al sinds 2,5 miljoen jaar zijn uitgestorven. Een voorbeeld zijn de 'laurasilva'-bossen, die vroeger in grote delen van Afrika en Europa voorkwamen, maar nu alleen nog maar op de Canarische Eilanden.


Op de Canarische Eilanden zijn drie vegetatiezones te onderscheiden. De droge zone tot circa 900 meter hoogte herbergt onder andere (schijf)cactussen, inheemse dadelpalmen, acacia's, amandelbomen, agaven, bananenplanten, suikerriet, Canarische lavendel, aloë en eucalyptusbomen. In de droge gebieden komt men de kandelaberwolfsmelk (cardón) en de koning-jubawolfsmelk of 'tabaiba' tegen. Het ingedikte sap van de tabaiba kan als een soort kauwgom gegeten worden. Het sap van een andere wolfsmelksoort, de 'cardó' of kandelaarcactus wordt, vermengd met olie, gebruikt als medicijn. De 'tajinaste' is een gedrongen struik met een worstachtige stam en fijne groene bladeren.

De plantages met de kleine Chinese banaan of dwergbanaan groeien tussen 300-400 meter boven de zeespiegel. De Teige-slangenkop is een zeer bijzondere bloem die aanvankelijk alleen op Tenerife voorkwam, maar met succes op Gran Canaria is aangeplant. Het gewas kan bijna twee meter hoog worden en er kunnen aan één plant tienduizenden rode bloemen groeien. De Canarische palm (Phoenix canariensis) is overal te vinden, lijkt op de Noord-Afrikaanse dadelpalm, maar is korter, met grote weelderige bladeren en een mooiere kroon. De kleurige kerstster wordt op Gran Canaria zo groot als een boom.

De boomzone (tot 1800 meter) bevat verschillende soorten naald- en loofbomen, onder andere verschillende lauriersoorten, hulst, boomheide en de Canarische pijnbomen (pino canario of Latijn: Pinus canariensis), die 20-30 meter hoog kunnen worden. In de pijnwouden (het grootste woud is het pijnboomwoud van Tamadaba) groeien onder andere het zonneroosje en de slaaplelie. De 'tuno indio', een wild groeiende cactussoort, heeft veel scherpe stekels en kleine, rode vruchten, die mierzoet maar zeer verfrissend zijn. In de bergzone (boven 1800 meter) groeien dwergstruiken (gele brem of 'retama'), korstmossen en vele kruiden.
De beroemdste boom van de Canarische Eilanden is de Canarische drakenboom of drakenbloedboom, die behoort tot de families van de lelies en verwant is aan de yucca's. Die laatste naam komt door het donkerrode hars van deze zeldzame boom. Deze Canarische variant, die enkele honderden jaren, tot misschien wel duizenden jaren oud kan worden, komt verder alleen nog op de Kaapverdische Eilanden en Madeira voor, en is elders al meer dan twintig miljoen jaar uitgestorven.

In het leven van de Guanchen, de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden, nam de drakenboom in het verre verleden een belangrijke plaats in. Het belangrijkste product was het 'drakenbloed', dat onder andere als medicijn gebruikt werd. De beroemde violenbouwer A. Stradivarius lakte in Italië zijn violen met drakenboombloed. Voorts was het een belangrijk bestanddeel van tandpasta geworden. De overheid vaardigde maatregelen uit om de bomen te beschermen, helaas met weinig resultaat. Aan het einde van de 19de eeuw kwamen er synthetische stoffen op de Europese markt en stortte de export van drakenboombloed in.

In 1882 introduceerde de Franse consul Sabin Berthelot een zogenoemde kleine Chinese banaan op de eilanden die men vaak dwergbanaan noemde. Deze bananen bleken uitstekend te smaken en al snel begon men met het opzetten van bananenplantages. Het cultiveren van de grond ten behoeve van de bananenplantages is geen eenvoudige klus. De grond wordt eerst tot een diepte van een meter afgegraven; vervolgens legt men op de bodem een laag stenen met daar bovenop een laag poreuze vulkanische sintels, met als doel het water vast te houden. Daar bovenop goot men een dikke laag vruchtbare aarde (verweerd vulkanisch materiaal) dat men met vrachtwagens uit de bergen haalt.

Het water voor de irrigatie van de bananenplanten haalt men uit de bergen. In de bergen bevinden zich stuwmeren en grondwatervoorraden (aquifers); zij hebben hun bestaan te danken aan regenwater. Dit water dringt door de poreuze vulkanische bergbodem en stroomt naar bepaalde plekken toe dankzij de aanwezigheid van ondoorlatende steenlagen in de ondergrond. Via lange horizontale mijnschachten van soms wel 4 kilometer lengte tapt men het water af van de grondwatervoorraden. Via aquaducten verdeelt men het water over het eiland.

De bananenplanten groeien op Gran Canaria tussen 300 en 400 meter boven de zeespiegel. De bananen zijn zeer gevoelig voor wind; vandaar dat veel bananenplantages door een hoge muur omringd worden. Verder beschermt men de stengels waaraan de bananen hangen met een plastic zak. In botanische zin hangen de bananen niet aan bomen, maar aan planten. De bananenplant is uniek, omdat hij zowel mannelijk als vrouwelijk is: de stengel waar de bananen aan hangen is vrouwelijk, terwijl de donkerrode bloem met zaden mannelijk is.

Een bananenplant doet er ongeveer 12 maanden over om tot wasdom te komen; dan verschijnt ook de bloem. Na ongeveer 7 maanden van bloei kan men de bananen oogsten. Een stengel met bananen weegt gemiddeld 25 tot 30 kilo; incidenteel ziet men stengels hangen die een gewicht hebben van meer dan 60 kilo! Nadat de stengel met de nog groene bananen is afgesneden wordt hij in trossen gesneden, gedesinfecteerd en vervolgens in dozen verpakt en geëxporteerd naar met name Cádiz, Barcelona en Sevilla.

96% van alle geoogste bananen wordt naar het Spaanse vasteland verscheept. De stam van de bananenplant wordt omgehakt en gebruikt als veevoer. Ondertussen verschijnt er uit de bodem een nieuwe scheut van een bananenplant die op zijn beurt na ongeveer 19 maanden oogstrijp is.

Fauna

De dierenwereld op de Canarische Eilanden is lang niet zo gevarieerd als de plantenwereld. Bijzondere vogelsoorten zijn de pijnboom- en de laurierduif, de Canarische torenvalk en de bruine kanarie. Veel voorkomende soorten zijn lijsters, kraaien, kwartels en patrijzen. Op Gran Canaria zijn veel soorten hagedissen te vinden, waaronder de 80 centimeter lange slanghagedis (Lacerta stehlini). Echte slangen, maar ook schorpioenen komen niet voor op het eiland, gekko's wel.

Wilde zoogdieren zijn onder andere ratten, hazen, konijnen en muizen. Gedomesticeerde dieren zijn runderen, schapen, ezels, enkele dromedarissen en kamelen, honden en geiten. Geiten zijn het belangrijkste melk- en slachtvee van de eilandbewoners. De Canarische Eilanden danken hun naam aan de Perra de Presa Canario, een grote hondensoort die al ten tijde van de Romeinen op de eilanden aanwezig was.

In de zeeën rond Gran Canaria komen onder andere voor: zwaardvissen, zalmen, zeeschildpadden, haaiensoorten, zeilvissen, kreeften, goudbaarzen, zeeduivels, heken, tong, langoesten, zeebaarzen, tonijnen, makrelen, citroenvissen, en de witte en blauwe marlijn. Een bekende waterbewoner is de intelligente dolfijn. Dat ook de veel voorkomende inktvis een hoge intelligentie heeft is vaak minder bekend.

Beroemd zijn de orka's (zwaardwalvissen) en andere walvissoorten die in de wateren rondom de eilanden zwemmen; de veel voorkomende grienden krijgen hun jongen vlak voor de zuidkust van het eiland Tenerife. Deze walvissen leven in groepen samen. De jongen van deze walvissoort blijven ongeveer 15 jaar bij hun moeder voordat zij alleen de oceaan in trekken.

Walvissen zijn zoogdieren; ze moeten boven water ademhalen, maar kunnen relatief lang onder water blijven. Het water dat bij het inademen naar binnen komt, wordt opgevangen in opvangzakken en bij de uitademing met kracht door het neusgat, dat zich boven op de kop bevindt, uitgeblazen. Als u een boottocht maakt, dan kunt u soms walvissen zien zwemmen. Vanuit de zuidelijke badplaatsen op Tenerife worden per boot speciale walvisexcursies georganiseerd.

Met name de grotere vissen worden aangetrokken door het voedselrijke water en de weelderige plantengroei op de bodem van de oceaan. Voorts voeren de verschillende zeestromen vissoorten uit de verre omgeving aan: de Afrikaanse kuststroming voert vissoorten uit de Mauretaanse wateren aan; de Golfstroom zorgt voor de aanvoer van Amerikaanse vissoorten; vanuit de monding van de Middellandse Zee zwemmen mediterrane soorten naar de eilanden; bovendien trekt de bijna constante temperatuur van het zeewater Noordeuropese vissoorten aan.
Resultaten  van 
Loading...
Bezig met zoeken...
 

Laatst bekeken

  • Beoordeling:7.6
    Hotel Lopesan Costa Meloneras Resort, Spa & Casino

    Een beetje leefruimte tijdens uw vakantie is wel zo prettig. Gran Hotel Lopesan Costa Meloneras is groot opgezet en heeft hierdoor voldoende ruimte voor iedereen, onder de vele palmbomen vindt u zelfs een stukje schaduw. Het hotel is in Koloniale stijl...

     
  • Bungalows San Valentin & Terraflor

    Bungalows San Valentin/Terraflor Park is een leuk en gezellig bungalowpark die erg kindvriendelijk is. Het is gelegen in een rustige omgeving waar u helemaal tot rust zult komen. U kunt ook actief bezig zijn op de tennisbaan of minigolf. U heeft uw eig...

     
  • Beoordeling:8.9
    Hotel Lopesan Buenaventura

    Kiest u graag een hotel met een levendig sfeer of heeft u liever een relaxte sfeer? Hotel Ifa Buenaventura biedt u het beste van beide. Voor de drukte kunt u terecht in het zwembad met een waterval waar al het animatie zich afspeelt. Als u liever de ru...

     
  • Beoordeling:8.3
    Hotel Eugenia Victoria

    Niet voor niets al jaren zeer populair bij de Nederlandse vakantiegangers. Hier werkt alles en iedereen mee om uw vakantie zo comfortabel mogelijk te maken. De kamers zijn heerlijk ruim ingericht met een fijn balkon! Hotel Eugenia Victoria is groot opg...

     

Zoek een vakantie:

Filter aanbod