La Palma wordt vaak liefkozend la Isla Bonita genoemd, oftewel het mooie eiland. Evenals andere
eilanden van de Canarische archipel is ook dit een eiland vol tegenstellingen. Kale lavagronden in het zuiden maar een rijk begroeid heuvellandschap treft u aan in het noorden. Er is dan ook een groot verschil in fauna tussen het noorden en het zuiden.
La Palma is één van de vier eilanden in de groep die een nationaal park rijk is. In dit geval is dit de Caldera de Taburiente. Een enorme krater met een doorsnede van ongeveer 10 kilometer en een maximale diepte van 1500 meter was voor UNESCO een reden dit gebied in 1954 tot nationaal park uit te roepen.
Het is dan ook inderdaad een bijzonder gebied waar u geweldige wandelingen kunt maken. De Caldera ligt middenop in het noordelijke deel van het eiland en u kunt hier niet met de auto inkomen. U moet hier dus altijd omheen rijden als u naar de andere kant van het eiland wilt. Er ligt een weg rondom langs de kust, en er is één weg, onder de Caldera die het eiland als het ware doormidden deelt in noord en zuid.
De laatste vulkanische activiteit op de Canarische eilanden heeft op La Palma plaatsgevonden. En wel helemaal in het zuidelijkste puntje door een uitbarsting van de vulkaan Teneguia. Deze uitbarsting was in 1971 en duurde in totaal 25 dagen, hierdoor is het eiland een paar meter gegroeid door de lava die zich een weg zocht naar het laagste punt. Momenteel is het risico op uitbarstingen zeer klein omdat de vulkaan na de laatste uitbarstingen in ruste is gegaan.
Evenals de kleinere buureilanden
La Gomera en
El Hierro is La Palma niet bij uitstek een eiland voor een strandvakantie. Dit is ook te zien aan het type toerist wat u tegenkomt. Veelal wandelaars en mensen die genieten van de natuur bij een heerlijk klimaat. Er zijn wel mogelijkheden voor een dagje strand. Voornamelijk in Puerto Naos, wat voor het klimaat aan de meest gunstige kant ligt, maar ook het strand van Playa de los Cancajos, net onder de hoofstad Santa Cruz, is een bij toeristen geliefde trekpleister.